
Kan een positieve mindset de aanmaak van colostrum beïnvloeden?
Een nieuw onderzoek kijkt naar de invloed van positieve emoties tijdens de zwangerschap op hormonen en borstvoeding na de geboorte.
De eerste dagen na een bevalling zijn een bijzondere periode. Het lichaam maakt zich klaar voor de voeding van de baby en de eerste moedermelk – colostrum of biest genoemd – speelt daarin een belangrijke rol. Maar welke invloed hebben emoties en psychologische factoren op dit proces?
Een recente studie, gepubliceerd in Scientific Reports, onderzocht of een eenvoudige positieve-psychologische oefening tijdens de late zwangerschap invloed kan hebben op de hormonen die betrokken zijn bij de melkproductie.
Wat onderzochten de onderzoekers?
Li Ding en collega’s onderzochten 204 vrouwen die voor het eerst moeder zouden worden. De deelnemers werden geworven in een ziekenhuis in China en waren tussen 34 en 38 weken zwanger bij de start van het onderzoek.
De vrouwen werden willekeurig verdeeld over twee groepen:
- een interventiegroep, die regelmatig drie positieve gebeurtenissen of dingen opschreef waarvoor zij dankbaar of blij waren;
- een controlegroep, die eveneens drie gebeurtenissen of gedachten noteerde, maar zonder de opdracht om specifiek positieve ervaringen te kiezen.
De oefening werd gedurende de laatste periode van de zwangerschap via WeChat aangeboden. De onderzoekers wilden hiermee zo veel mogelijk isoleren wat het effect was van bewust stilstaan bij positieve gebeurtenissen.
Waarom zouden emoties invloed kunnen hebben op borstvoeding?
De onderzoekers sluiten aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat psychologische en lichamelijke processen met elkaar verbonden zijn.
Een van de hormonen die hierbij een belangrijke rol speelt is prolactine. Dit hormoon wordt geproduceerd door de hypofyse en is betrokken bij de productie van moedermelk.
De onderzoekers keken daarnaast naar IGF-1, een ander hormoon dat een rol kan spelen bij de ontwikkeling en werking van de melkklier.
Het idee achter de studie is dus niet dat ‘positief denken’ rechtstreeks melk produceert. De onderzoekers wilden onderzoeken of een verandering in psychologische toestand samenhangt met veranderingen in fysiologische processen die bij de lactatie betrokken zijn.
Wat kwam er uit het onderzoek?
Een opvallende uitkomst was dat vrouwen in de interventiegroep een iets hogere score hadden op psychologische veerkracht dan vrouwen in de controlegroep.
De gemiddelde veerkrachtsscore was 15,55 in de interventiegroep tegenover 15,01 in de controlegroep. Dit verschil was statistisch significant.
Ook vonden de onderzoekers na de bevalling een verschil tussen de groepen in de hoeveelheid prolactine.
Voor IGF-1 werd daarentegen geen significant verschil gevonden.
Dat levert een interessant beeld op: de positieve-psychologische oefening leek wel samen te hangen met een verandering in veerkracht en prolactine, maar dat vertaalde zich niet automatisch naar ander aantoonbaar gedrag rond borstvoeding.
Geen duidelijk verschil in het daadwerkelijke borstvoedingsgedrag
Dit is misschien wel een van de belangrijkste nuances van het onderzoek.
Hoewel de interventiegroep een verschil liet zien in veerkracht en prolactine, vonden de onderzoekers geen significant verschil in de gemeten borstvoedingsuitkomsten.
Er was bijvoorbeeld geen significant verschil tussen de groepen in de gemeten borstvoedingsscores en het borstvoedingsgedrag tijdens de ziekenhuisperiode.
Daarmee zegt de studie dus niet dat drie positieve dingen opschrijven ervoor zorgt dat een moeder meer melk produceert of succesvoller borstvoeding geeft.
De resultaten wijzen eerder op een mogelijk verband tussen een eenvoudige positieve-psychologische interventie, psychologische veerkracht en bepaalde hormonale veranderingen.
Een eenvoudige interventie
Interessant aan deze aanpak is de eenvoud.
De oefening ‘Three Good Things’ bestaat uit het opschrijven van drie positieve gebeurtenissen van de dag. Het is een bekende positieve-psychologische interventie die weinig tijd en middelen vraagt.
In deze studie werd de oefening meerdere keren per week uitgevoerd gedurende de laatste fase van de zwangerschap. De deelnemers kregen daarbij begeleiding en herinneringen van het onderzoeksteam.
Juist omdat de interventie relatief eenvoudig is, kan het interessant zijn om verder te onderzoeken of dergelijke psychologische interventies een plaats kunnen krijgen binnen zwangerschapsbegeleiding.
Wat kunnen we hier nog niet uit concluderen?
Voorzichtigheid is belangrijk.
Het onderzoek werd uitgevoerd in één ziekenhuis in China en richtte zich op vrouwen die voor het eerst moeder werden. Uiteindelijk werden 204 deelnemers in de analyse opgenomen: 95 in de interventiegroep en 109 in de controlegroep.
Bovendien waren de verschillen in hormonale waarden niet hetzelfde voor alle onderzochte hormonen en leidde de interventie niet tot aantoonbare verschillen in het daadwerkelijke borstvoedingsgedrag.
Ook betekent een statistisch significant verschil niet automatisch dat het verschil in de dagelijkse praktijk groot of merkbaar is.
Daarom is vervolgonderzoek nodig om te bepalen of deze bevindingen ook gelden voor andere groepen vrouwen, andere zorgsettings en andere omstandigheden rond zwangerschap en bevalling.
Wat maakt dit onderzoek toch interessant?
De studie laat zien dat de relatie tussen mentaal welzijn en lichamelijke processen rond de zwangerschap complexer kan zijn dan alleen de vraag of iemand zich ‘goed’ of ‘slecht’ voelt.
Een korte psychologische oefening had in dit onderzoek meetbare effecten op veerkracht en prolactine, terwijl andere uitkomsten onveranderd bleven.
Dat is juist interessant: het lichaam, hormonen, emoties en gedrag lijken niet één-op-één met elkaar samen te vallen.
Het onderzoek ondersteunt daarmee vooral het idee dat psychologische factoren het waard zijn om mee te nemen in onderzoek naar de periode rond zwangerschap en borstvoeding – zonder daaruit meteen te concluderen dat positieve gedachten op zichzelf borstvoeding kunnen verbeteren.
Conclusie
De onderzoekers concluderen dat de interventie met ‘Three Good Things’ bij vrouwen die voor het eerst moeder werden de psychologische veerkracht verhoogde en samenhing met een verschil in prolactine na de bevalling. Tegelijkertijd werden geen significante verschillen gevonden in het daadwerkelijke borstvoedingsgedrag.
Het onderzoek geeft daarmee een interessante aanwijzing voor de mogelijke wisselwerking tussen psychologisch welzijn, hormonen en lactatie.
Maar misschien is de belangrijkste boodschap wel dat we voorzichtig moeten zijn met simpele conclusies. Een positieve mindset is geen garantie voor een bepaalde melkproductie of een bepaald borstvoedingsresultaat. Wel kan aandacht voor psychologisch welzijn tijdens de zwangerschap een interessant onderdeel zijn van toekomstige onderzoeken naar de periode rond geboorte en borstvoeding.
Bron: Ding L., He M., Zhu Y. et al. Positieve emotion interventions as a non-pharmacological approach to boost colostrum secretion: a randomized controlled trial. Scientific Reports, 2026.

