Zwangerschapsmisselijkheid: waarom heeft de een meer last dan de ander?

De één voelt zich tijdens de eerste weken van de zwangerschap alleen wat weeïg. De ander kan nauwelijks eten, drinken of functioneren. Waarom is dat verschil zo groot? Onderzoek naar het hormoon GDF15 geeft een verrassend nieuw inzicht.
Bijna iedereen kent het beeld van de zwangere vrouw die ’s ochtends misselijk wakker wordt. Toch is zwangerschapsmisselijkheid eigenlijk een misleidende term. De klachten kunnen op ieder moment van de dag optreden en variëren enorm in ernst.
Sommige vrouwen hebben slechts af en toe een misselijk gevoel. Anderen moeten regelmatig overgeven en kunnen nauwelijks hun dagelijkse bezigheden uitvoeren. In de meest ernstige gevallen spreken we van hyperemesis gravidarum (HG): een aandoening waarbij misselijkheid en braken zo ernstig zijn dat uitdroging, gewichtsverlies en verstoringen van de vocht- en zoutbalans kunnen ontstaan.
Maar waarom reageert het lichaam van de ene vrouw zoveel sterker dan dat van de andere?
Een belangrijke aanwijzing: GDF15
Lange tijd was het antwoord op die vraag eigenlijk: we weten het niet precies.
Hormonen werden al langer als belangrijke factor gezien. Maar onderzoek dat in Nature werd gepubliceerd, heeft een belangrijk stukje van de puzzel toegevoegd.
De onderzoekers richtten zich op GDF15: een hormoon dat tijdens de zwangerschap sterk toeneemt. Het hormoon werkt in op gebieden in de hersenstam die betrokken zijn bij misselijkheid, braken en eetlust.
Opvallend is dat het grootste deel van het GDF15 dat tijdens de zwangerschap in het bloed van de moeder wordt aangetroffen, afkomstig lijkt te zijn van de foetus en placenta.
Met andere woorden: een deel van het signaal dat ervoor kan zorgen dat een zwangere vrouw zich misselijk voelt, komt vanuit de zwangerschap zelf.
Maar als GDF15 misselijkheid veroorzaakt, waarom wordt niet iedereen even misselijk?
Hier wordt het onderzoek pas echt interessant.
Je zou kunnen verwachten dat vrouwen met de hoogste hoeveelheid GDF15 automatisch het meest misselijk zijn. Zo eenvoudig blijkt het niet te zijn.
De onderzoekers vonden aanwijzingen dat niet alleen de hoeveelheid GDF15 belangrijk is, maar ook hoe gevoelig iemand ervoor is.
Een belangrijke factor lijkt de hoeveelheid GDF15 te zijn waaraan iemand vóór de zwangerschap al werd blootgesteld.
Vrouwen die voor de zwangerschap relatief weinig GDF15 in hun lichaam hadden, lijken gevoeliger te kunnen zijn voor de grote stijging die tijdens de zwangerschap optreedt. Het lichaam krijgt dan als het ware plotseling een veel sterker signaal dan het gewend is.
Dit kan helpen verklaren waarom twee vrouwen met een vergelijkbare zwangerschap toch totaal verschillende klachten kunnen hebben.
Je lichaam kan zich aanpassen
Het onderzoek wijst bovendien op een interessant mechanisme: desensitisatie.
Wanneer het lichaam langere tijd aan een bepaalde hoeveelheid van een signaal wordt blootgesteld, kan het minder sterk reageren op een nieuwe blootstelling.
De onderzoekers vonden hiervoor aanwijzingen in experimenten met GDF15. Dat zou kunnen helpen verklaren waarom zwangerschapsmisselijkheid bij veel vrouwen in de loop van de zwangerschap minder wordt.
De concentratie van het hormoon kan hoog blijven, terwijl het lichaam er minder sterk op reageert.
Dat past bij wat veel zwangeren ervaren: de eerste weken kunnen bijzonder zwaar zijn, waarna de klachten geleidelijk afnemen.
Waarom heeft de ene vrouw wel hyperemesis gravidarum en de andere niet?
Bij hyperemesis gravidarum gaat het om veel meer dan ‘een beetje extra misselijkheid’.
Vrouwen met HG kunnen langdurig en ernstig misselijk zijn, veel overgeven en moeite hebben om voldoende vocht en voeding binnen te krijgen. In sommige gevallen is behandeling in het ziekenhuis nodig.
Onderzoek laat zien dat genetische factoren een rol spelen bij de gevoeligheid voor HG. Variaties in en rond het GDF15-gen zijn in verband gebracht met het risico op ernstige zwangerschapsmisselijkheid.
Ook andere factoren spelen waarschijnlijk een rol. Zo is het risico op ernstige misselijkheid groter bij onder andere een meerlingzwangerschap en wanneer een moeder of zus eerder ernstige zwangerschapsmisselijkheid heeft gehad.
Het is dus waarschijnlijk geen kwestie van één oorzaak, maar van een combinatie van hormonen, genetische aanleg, eerdere blootstelling en individuele gevoeligheid.

Het is niet ’tussen de oren’
Dat is misschien wel een van de belangrijkste inzichten.
Er wordt soms nog gedacht dat ernstige zwangerschapsmisselijkheid vooral te maken heeft met stress, emoties of hoe iemand met de zwangerschap omgaat.
Daarvoor is geen goede reden.
Misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap hebben een duidelijke lichamelijke component. Het onderzoek naar GDF15 geeft daar nu een steeds beter biologisch verklaringsmodel voor.
Dat betekent uiteraard niet dat psychologische factoren helemaal geen invloed hebben op hoe iemand klachten ervaart of ermee omgaat. Maar ernstige zwangerschapsmisselijkheid is geen kwestie van ‘je moet er gewoon anders mee omgaan’.
Waarom wordt het ‘ochtendmisselijkheid’ genoemd?
Ook de term morning sickness kan verwarrend zijn.
Hoewel de klachten vaak in de ochtend aanwezig zijn, kunnen misselijkheid en braken gedurende de hele dag voorkomen. Volgens het American College of Obstetricians and Gynecologists beginnen de klachten meestal vóór negen weken zwangerschap en verdwijnen ze bij de meeste vrouwen rond de veertiende week. Bij sommige vrouwen houden ze echter veel langer aan.
Er bestaat dus een enorme individuele variatie.
Is misselijkheid een goed teken?
Een interessant maar ingewikkeld onderwerp is de relatie tussen zwangerschapsmisselijkheid en de ontwikkeling van de zwangerschap.
Het hebben van misselijkheid betekent niet dat alles automatisch goed gaat, en het ontbreken ervan betekent niet dat er iets mis is. Het is daarom niet verstandig om de aanwezigheid of afwezigheid van misselijkheid te gebruiken als een soort ‘gezondheidsmeter’ voor de zwangerschap.
De ernst van de klachten zegt bovendien niet simpelweg iets over hoe gezond een baby is.
Wanneer wordt misselijkheid een medisch probleem?
Gewone zwangerschapsmisselijkheid is vervelend, maar meestal niet gevaarlijk.
Het wordt belangrijk om medische hulp te zoeken wanneer iemand bijvoorbeeld nauwelijks vocht kan binnenhouden, weinig of niet plast, donkere urine heeft, duizelig of flauw wordt of veel gewicht verliest. Dat kunnen tekenen van uitdroging of ernstigere zwangerschapsmisselijkheid zijn.
Bij hyperemesis gravidarum kan behandeling nodig zijn om vocht en voedingsstoffen aan te vullen en het braken onder controle te krijgen.
Een evolutionair mysterie
Er is nog een interessante vraag: waarom bestaat zwangerschapsmisselijkheid überhaupt?
Een mogelijke evolutionaire verklaring is dat misselijkheid en veranderde voedselvoorkeuren in de vroege zwangerschap bescherming kunnen hebben geboden tegen bepaalde voedingsmiddelen, ziekteverwekkers en gifstoffen. Juist in de vroege ontwikkeling van de foetus kunnen schadelijke stoffen extra ongewenst zijn.
Dit blijft echter een evolutionaire hypothese en verklaart niet volledig waarom sommige vrouwen nauwelijks klachten hebben en anderen zeer ernstig ziek worden.
Van ‘ochtendmisselijkheid’ naar een hormonaal systeem
Het onderzoek naar GDF15 verandert daarmee langzaam ons beeld van zwangerschapsmisselijkheid.
Het verhaal is niet simpelweg:
meer hormoon = meer misselijkheid.
Waarschijnlijker is het:
hoeveel GDF15 de zwangerschap produceert + hoe gevoelig de moeder ervoor is + genetische en andere individuele factoren = de ernst van de klachten.
Dat is een veel complexer, maar ook interessanter verhaal.
En het kan in de toekomst mogelijk leiden tot nieuwe behandelingen die veel gerichter aangrijpen op het mechanisme achter ernstige zwangerschapsmisselijkheid.
Conclusie
Waarom heeft de ene zwangere nauwelijks last van misselijkheid en ligt de andere wekenlang ziek op bed?
We hebben daar inmiddels een beter antwoord op dan een paar jaar geleden.
Het hormoon GDF15 lijkt een belangrijke rol te spelen. Het wordt tijdens de zwangerschap voor een groot deel geproduceerd door de foetus en placenta en kan via de hersenen misselijkheid en braken beïnvloeden. Maar de hoeveelheid van het hormoon is niet het hele verhaal: ook de gevoeligheid van de moeder lijkt bepalend.
Genetische aanleg en eerdere blootstelling aan GDF15 kunnen die gevoeligheid mede beïnvloeden. Daarmee wordt steeds duidelijker dat ernstige zwangerschapsmisselijkheid een echte biologische aandoening is en niet simpelweg een kwestie van ‘je zwangerschap wat zwaarder ervaren’.
Voor vrouwen met milde klachten betekent dit misschien vooral een beter begrip van wat er in hun lichaam gebeurt. Voor vrouwen met hyperemesis gravidarum kan deze kennis uiteindelijk nog belangrijker worden: als we beter begrijpen waarom het lichaam zo sterk reageert, kunnen we misschien ook betere en gerichtere behandelingen ontwikkelen.
Bronnen
American College of Obstetricians and Gynecologists. Morning Sickness: Nausea and Vomiting of Pregnancy.
- Wetenschappelijke hoofdbron – Nature: GDF15 linked to maternal risk of nausea and vomiting during pregnancy
- ACOG – uitleg over zwangerschapsmisselijkheid: Morning Sickness: Nausea and Vomiting of Pregnancy
- ACOG – wat veroorzaakt zwangerschapsmisselijkheid? What causes morning sickness?
- Wetenschappelijk artikel (PDF): Nature – PDF van het onderzoek

